Ik weet het. Het is ´gepikt´ van Jambers maar het zijn pertinente vragen om het fenomeen van rugzaktoeristen, backpackers, mochileros, routards of hoe je ze ook wil noemen wat nader toe te lichten.
Je komt ze overal ter wereld tegen en meestal zweren ze bij hun´bijbel´: The Lonely Planet, The Rough Guide, Footprint of een andere reisgids. Het zijn doorgaans jongeren die na hun studies meestal voor een langere periode (enkele maanden of zelfs een jaar) de wijde wereld in trekken met hun rugzak (backpack, mochila). Ze reizen meestal met een beperkt budget, gebuiken zoveel mogelijk openbaar vervoer (bus, trein, boot of autostop) en verblijven doorgaans in jeugdherbergen of (goedkopere) hostals.
Ik reis al 30 jaar en merk tijdens deze wereldreis toch dat de tijden veranderd zijn en er een zekere modernisering of evolutie in het backpackersmilieu heeft plaatsgevonden.
Ten eerste zijn het niet langer enkel jongeren die de wijde wereld in trekken maar ook ietwat oudere rakkers (ik ben er zo eentje) die op zoek gaan naar avontuur. Wat drijft hen ? Misschien een midlifecrisis,´t oud zot of een queeste naar zichzelf of iets anders ? Wie zal het zeggen ?
Ten tweede: de huidige rugzaktoeristen zijn niet meer de langharige en baardige hippies van de sixties. De geitenwollensokkenperiode is duidelijk achter de rug. Vaak zijn het hip geklede twintigers (en ouder) die niet meer buiten komen zonder hun laptop (nu is de Net-pc een hype) en gsm om met vrienden en familie 24/24 uur te kunnen bellen, mailen, chatten, skypen, twitteren en wat nog allemaal. Het Internet heeft ongetwijfeld het reizen in een andere dimensie gebracht en de mogelijkheden zijn nu onuitputtelijk. Tegenwoordig reserveer je online je busticket of slaapplaats. Vroeger ging je op goed geluk af op zoek naar een slaapplaats en als je pech had was alles volzet en moest je verder trekken.
Ook de budgettten en wensen van de meeste backpackers liggen duidelijk hoger dan 30 jaar geleden en nu ´mag het iets meer zijn´. Vroeger was een slaapzaal of achterkamertje bij manier van spreken al goed genoeg om te overnachten (een douche was soms al een luxe), als het maar goedkoop was.
Tegenwoordig zijn de meeste hostals en jeugdherbergen van zeer goed niveau en bieden ze allerlei gratis extra´s (het is een concurrentiële markt hoor !): bedlinnen (vroeger ging je op reis met een slaapzak), gratis ontbijt (maar soms wel niet te vreten), gratis internetpc´s en draadloos internet (of wat had je gedacht !), gebruik van dvd´s en gratis filmvoorstellingen, gebruik van gemeenschappelijke keuken, happy hour, feestjes, zwembad, etc.
Uiteraard bestaan de zogenaamde ´dumps´ (spotgoedkope overnachtingsplaatsen) nog steeds maar ze hebben nog amper gasten. Of misschien enkel die overjarige hippies die ergens zijn blijven plakken.
Vervolgens zijn er de backpackers zelf. Elk heeft zo zijn eigen reden om te reizen, zijn eigen verhaal, zijn eigen reiservaringen en die contacten maken het juist zo leuk en interessant. Als je alleen in een hotelkamer logeert mis je al die interessante zaken en verhalen (behalve het gesnurk en nachtlawaai misschien). Je ontmoet veel interessante reizigers (ik noem dit geen toeristen) van alle leeftijden en sociale klasse. Je wisselt straffe reisverhalen uit, je geeft elkaar nuttig tips, maakt samen eten klaar, bouwt een feestje, soms reis je samen wat verder en af en toe smeden er zich blijvende vriendschappen. En die ontmoetingen blijven je bij.
Ik heb honderden reizigers ontmoet maar ook enkele zeer toffe, interessante, opmerkelijke mensen (jong en oud) die op hun manier deel uitmaken van - en in zekere zin hebben bijgedragen tot - de onvergetelijke ervaring die deze wereldreis voor mij is geworden. En ik vergeet er waarschijnlijk nog een aantal te vermelden.
Ik denk aan mijn goede vriend Frank met wie ik de Transmongolië-expres heb 'gedaan'; Kirstin & Morten uit Noorwegen en Claire & Hewie uit Ierland die samen met mij door China reisden; Tuur en Tukta die op hetzelfde ogenblik als ik in Chiang Mai/Thailand op vakantie waren; de leuke bende medestudenten (en uitgaansvrienden) aan de massageschool in Chiang Mai/Thailand; mijn partner en soulmate Anne met wie ik door Nieuw Zeeland sjeesde met de campervan; de Amerikaanse professionele muzikant Eric (die nog met Madonna en Diana Ross op tournee is geweest) waarmee ik een paar dagen een kamer deelde in Los Angeles; mijn leraars en leraressen Spaans in Nicaragua, Guatemala en Mexico; mijn supervriendelijke gastgezinnen in Nicaragua en Guatemala; de Franse jazzmuzikant Matthieu waarmee ik een aantal dagen in de buurt van Estellí/Nicaragua heb rondgetrokken; de leuke Duitse Brigitte die ik meerdere keren in Guatemala ben tegengekomen; de Iers-Amerikaanse airhostess Jacqui die ook een cursus Spaans volgde in Antigua/Guatemala; mijn goede Guatemalteekse vriend Alfonso (touroperator waarmee Hoboreizen samenwerkt) en zijn echtgenote Diana die ik na 5 jaar terug ontmoet in Copán/Honduras; de knotsgekke bende straatmuzikanten die in dezelfde hostal in San Cristobal/Mexico logeerden; de toffe Duitse studente Laura die ik meerdere keren ben tegengekomen in Mexico; de Schotse Sam en de Chinees Lu die ik in Oaxaca/Mexico heb leren kennen; de doofstomme en grappige Allan uit de USA waarmee ik een paar dagen een kamer deelde in Zacatecas/Mexico en een onvergetelijke 'Margaritanight' heb beleefd.
En dan is er nog de strafste van allemaal: Carl uit Austin/Texas, 80 jaar oud en al 30 jaar aan het reizen.
Hij heeft 5 kinderen en een hele resem kleinkinderen. We slapen in dezelfde ´dorm´ in San Miguel de Allende/Mexico. De oude maar kranige rakker werd op 50 jarige leeftijd op vervroegd pensioen geplaatst bij AT&T en besloot alles wat hij bezat te verkopen en de wereld te verkennen. Zijn weinige bezittingen zitten in zijn reistas. Sindsdien trekt hij de wereld rond en leeft hij constant in jeudherbergen of hostals. Heel af en toe vestigt hij zich voor een tijdje ergens en baat hij zelf een jeugdherberg uit en als hij de kriebels krijgt trekt hij weer verder.
Zo zie je maar, er staat dus geen leeftijd op rugzaktoerisme hé.